De werknemer (arbeider of bediende) die tijdelijk werkloos wordt gesteld kan tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid onder bepaalde voorwaarden een opleiding volgen.

Het moet gaan om een opleiding:
  • ofwel door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, 
  • ofwel door een instelling erkend door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling,
  • ofwel door een sectoraal opleidingsfonds of door een derde die door dit sectoraal opleidingsfonds wordt erkend, 
  • ofwel door de werkgever of door een derde indien de inhoud van het opleidingsprogramma door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling erkend wordt. 

De opleiding kan zowel buiten als binnen de onderneming gegeven worden.

Er zijn verder geen formaliteiten voor de RVA.

De tijdelijk werkloze moet geen specifieke toelating vragen aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling om de opleiding te volgen met behoud van de werkloosheidsuitkeringen. 

De vergoeding in het kader van de opleiding kan worden gecumuleerd tot een bedrag van 14,54 EUR/dag. Het dagbedrag van die vergoeding dat hoger ligt dan 14,54 EUR moet van het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering worden afgetrokken. Het bekomen bedrag mag niet minder bedragen dan 12 cent.  
Laatst aangepast op: 13/07/2020