Algemeen uitgangspunt is dat de tussenkomst van de werkgever in het woon-werkverkeer een vorm van een kostenvergoeding is.

De werkgever heeft een algemene wettelijke verplicht een tussenkomst woon-werkverkeer toe te kennen indien de werknemer zich in normale omstandigheden met het openbaar vervoer naar het werk begeeft. Moet de werknemer verplicht van thuis uit werken, doet de werknemer weliswaar geen verplaatsing meer met het openbaar vervoer. Heeft de werknemer nog steeds een lopend abonnement (werknemer heeft een maand- of jaarabonnement aangekocht), dan zal de werkgever nog steeds een tussenkomst sociaal abonnement moeten betalen. De werknemer heeft de kost van het sociaal abonnement reeds gemaakt.

Op sectoraal niveau kunnen er voor de werkgever andere verplichtingen gelden voor de tussenkomst woon-werkverkeer met het openbaar vervoer. Het is dus belangrijk de sectorale cao’s te raadplegen.

Verplaatst de werknemer zich in normale omstandigheden met een privé vervoersmiddel, dan moet de werkgever enkel een vergoeding woon-werkverkeer toe kennen indien dit vastgelegd is in een sectorale cao of op ondernemingsvlak. Ingeval van telewerk maakt de werknemer evenwel geen woon-werkverplaatsingen meer met zijn privévervoersmiddel. Bijgevolg maakt de werknemer ook geen kost meer. De werkgever is dan ook niet langer verplicht om een tussenkomst woon-werkverkeer voor de verplichte thuiswerkdagen toe kennen.

Opgelet : de sectorale cao kan andersluidende bepalingen bevatten, dus ook hier steeds de sectorale cao’s raadplegen.

Verplaatst de werknemer zich in normale omstandigheden met de fiets, dan is de fietsvergoeding in principe niet langer verschuldigd. Het basisprincipe is dat de fietsvergoeding toegekend wordt voor effectief afgelegde kilometers met de fiets. Indien er geen verplaatsing is met de fiets, is er dus ook geen recht op een fietsvergoeding.

Ook hier kunnen er andersluidende bepalingen in een sectorale cao opgenomen zijn, raadpleeg dus steeds de sectorale cao’s.