De werkgever kan bovenop de uitkering wegens tijdelijke werkloosheid een aanvullende vergoeding toekenning. Om zo het loonverlies van de werknemers te beperken.

Aangezien het een aanvullende vergoeding bovenop een socialezekerheidsuitkering betreft, is deze niet onderworpen aan sociale bijdragen.

De RSZ stelt wel een belangrijke voorwaarde met betrekking tot de hoogte van de aanvulling. De som van de RVA-uitkering die de werknemer zal ontvangen en de aanvulling betaald door de werkgever (of een derde zoals Fonds voor Bestaanszekerheid) mag maximaal gelijk zijn aan het nettoloon dat de werknemer zou ontvangen wanneer hij gewerkt had. Hierbij omvat de RVA-uitkering eveneens het supplement van 5,63 EUR/dag toegekend voor tijdelijke werkloosheid overmacht – corona. De aanvulling betaalt door de werkgever (of een derde) omvat zowel de eventuele aanvulling vastgelegd op sectoraal niveau als de aanvulling toegekend op ondernemingsniveau.

De aanvullende vergoeding op de werkloosheidsuitkering is wel onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. Deze bedraagt 26,75%.
 
Let op : voor arbeiders in tijdelijke werkloosheid om economische redenen is de werkgever wettelijk verplicht een aanvullen te betalen van minimum 2 EUR/dag waarop niet gewerkt wordt omwille van tijdelijke werkloosheid. Een sectorale cao kan de betaling van de aanvullende vergoeding doorschuiven aan een Fonds voor Bestaanszekerheid. Belangrijk is hier steeds de sectorale cao’s te raadplegen.
 
Ook voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht kan op sectoraal niveau de werkgever verplicht worden een aanvullende vergoeding tot te kennen. Ook hier is het dus steeds belangrijk de sectorale cao’s te raadplegen.
 
De aanvullende vergoedingen die wettelijk verplicht zijn, zijn eveneens onderworpen aan bedrijfsvoorheffing maar vrijgesteld van sociale bijdragen.