Nieuw bij de sociale verkiezingen van 2020 is het stemrecht van de uitzendkrachten. Om stemgerechtigd te zijn moeten zij voldoen aan 2 anciënniteitsvoorwaarden bij de gebruiker.

De periode om aan de eerste anciënniteitsvoorwaarde te voldoen, ving aan op 1 augustus 2019 en eindigde op dag X. Deze periode is dus definitief.
Tijdens de eerste periode moet de uitzendkracht minstens drie ononderbroken maanden tewerkgesteld zijn:
  • in de juridische entiteit van de gebruiker of; 
  • in de technische bedrijfseenheid van de gebruiker gevormd door meerdere juridische entiteiten. 
Bij onderbroken tewerkstellingsperiodes moet hij minstens 65 arbeidsdagen bij de gebruiker gewerkt hebben.

De periode voor de tweede anciënniteitsvoorwaarde loopt tussen X en Y-13.
Tijdens deze periode moeten de uitzendkrachten in totaal minstens gedurende 26 arbeidsdagen tewerkgesteld zijn:
  • in de juridische entiteit van de gebruiker of;
  • in de technische bedrijfseenheid van de gebruiker, gevormd door meerdere juridische entiteiten.

De dagen waarop de uitzendkracht bij de gebruiker zal werken in de loop van de opgeschorte procedure, zullen niet meetellen om te bepalen of hij al dan niet aan de tweede anciënniteitsvoorwaarde voldoet.

De tweede periode zal opnieuw beginnen lopen vanaf de nieuwe dag X+36.
Laatst aangepast op: 27/04/2020