De werknemer heeft recht op loon voor de feestdag die gelegen is binnen de 14 dagen te rekenen vanaf de eerste dag van de schorsing van de uitvoering van de  arbeidsovereenkomst wegens overmacht. Daarna wordt de feestdag betaald door de RVA.
Voor het bepalen van de 14 dagen is er enkel sprake van een schorsing voor de dagen waarop er effectief niet gewerkt is wegens overmacht. De schorsing houdt op bij elke werkhervatting.

Alleen schorsingen hebben invloed op de verplichting tot het betalen van een feestdagenloon.
Inactiviteitsperiodes die zich voordoen tijdens de schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens overmacht, hebben geen invloed op de schorsing.
We denken hierbij aan compensatiedagen wegens arbeidsduurvermindering (ADV dagen), inhaalrustdagen overuren, weekend, inactiviteitsdagen in het uurrooster zoals bij deeltijdse werknemers in tijdskrediet of loopbaanvermindering.
Dat betekent dat de schorsing wegens overmacht blijft lopen tijdens die periodes van inactiviteit. De termijn van 14 dagen zal dus blijven doorlopen.

Als er een (collectieve) vakantiedag gepland is die opgenomen wordt tijdens de periode van overmacht, zal de termijn van 14 dagen opnieuw beginnen lopen.

Wat bij samenloop met ziekte?
Als de ziekte gestart is voor de overmacht, zal de eerste schorsing ziekte primeren. In die situatie zal de feestdag die valt binnen de 30 kalenderdagen na aanvang van de schorsing wegens ziekte door de werkgever betaald worden.

Als de ziekte zich voordoet tijdens de overmacht, zal de overmacht blijven doorlopen. Dan heeft de werknemer enkel recht op de betaling van de feestdag die gelegen is in de periode van 14 dagen vanaf de aanvang van de overmacht.

Wat als de werknemer zich in een systeem van gedeeltelijke arbeid bevindt ?
Als de werknemer arbeidsongeschikt wordt tijdens de regeling van gedeeltelijke arbeid, maar op een dag waarop normaal niet gewerkt wordt in de regeling van gedeeltelijke arbeid, is er sprake van een samenloop van schorsingen. Gezien de tijdelijke werkloosheid eerst vaststond, zal er op die dag sprake zijn van een schorsing wegens tijdelijke werkloosheid. Op de eerstvolgende dag waarop normaal moet worden gewerkt in de regeling van gedeeltelijke arbeid zal de schorsing wegens arbeidsongeschiktheid vervolgens effect nemen en vanaf dat ogenblik primeren op latere schorsingsgronden wegens overmacht.   

Voorbeeld:
De tijdelijke werkloosheid loopt vanaf 16 maart. De werknemers werken in een systeem van werken op maandag, dinsdag en woensdag en tijdelijke werkloosheid op donderdag en vrijdag.
De werknemer wordt ziek op vrijdag 20 maart. De werknemer wordt dus ziek op een dag waarop reeds tijdelijke werkloosheid voorzien is. 
Op maandag is de werknemer nog steeds ziek. Maandag is een dag waarop de werknemer normaal zou werken, als hij niet ziek zou geworden zijn. Op maandag is er dus sprake van een nieuwe schorsing, nl. ziekte. De termijn van 30 dagen start op maandag. De werknemer heeft recht op loon voor de feestdagen die vallen in de periode van 30 dagen vanaf de aanvang van de ziekte, i.c. te tellen vanaf maandag.
Laatst aangepast op: 15/05/2020